Direct naar de inhoud
Terug naar de opdracht
Bron: Maakkunde (NEMO Science Museum)

Maak een drumstel

Leerlingen ontwerpen en maken een eigen drumstel van blikjes en ballonnen en onderzoeken hoe klankkastgrootte het geluid beïnvloedt.

Groep:
groep 1, groep 2, groep 3, groep 4
Tijdsduur:
170 minuten
Niveau:
gemiddeld
Groepsvorm:
individueel
Naam: ____________________________Datum: ______________
Verschillende zelfgemaakte trommels van blik met een ballon als vel

Wat heb je nodig?

  • lege blikjes, bekers en/of emmers in verschillende groottes (klankkasten)
  • ballonnen
  • plakband, breed plakband en/of schilderstape
  • brede en smalle elastieken
  • huishoudfolie, een kom en een beetje suiker (voor de trillingsdemonstratie)
  • schaar

Wat leer je?

  • Leerlingen doorlopen de ontwerpcyclus (verkennen, ontwerpen, maken, testen en verbeteren) bij het maken van een drumstel.
  • Ze passen de onderzoekscyclus toe bij het onderzoeken van geluid.
  • Ze ontdekken dat geluid een trilling is die je kunt horen en voelen.
  • Ze ervaren dat een grote klankkast een hard en laag geluid geeft, en een kleine klankkast een zacht en hoog geluid.
  • Ze leren de onderdelen van een trommel kennen: klankkast en vel.
  • Ze breiden hun woordenschat uit met begrippen als trilling, volume, toonhoogte en klankkast.

Stappenplan

  1. 1

    Verken het probleem. Er komt binnenkort een open podium waarvoor de klas een uniek orkest moet vormen, maar er zijn nog geen instrumenten. Bedenk samen welke vragen je moet beantwoorden om zelf een drumstel te kunnen ontwerpen en maken.

  2. 2

    Onderzoek geluid. Luister met gesloten ogen naar het verschil tussen een grote klankkast (bijvoorbeeld een emmer met plakband erover) en een kleine klankkast (bijvoorbeeld een bekertje met plakband erover). Ontdek dat een grote klankkast een harder en lager geluid geeft, en een kleine klankkast een zachter en hoger geluid.

  3. 3

    Ontwerp je drumstel. Bedenk met welke klankkasten (blikjes, bekers of emmers van verschillende grootte) je minstens twee trommels met een duidelijk ander geluid gaat maken, en teken je ontwerp.

  4. 4

    Maak de trommels. Span over elke klankkast een 'vel', bijvoorbeeld een opengeknipte ballon of stevig plakband, zodat er een echte trommel ontstaat. Zorg dat het vel strak genoeg zit.

  5. 5

    Test en verbeter. Sla op je trommels en controleer of ze echt van elkaar verschillen in toonhoogte en volume. Span het vel strakker of kies een andere klankkast als het geluid nog niet klopt.

  6. 6

    Presenteer je drumstel. Laat elkaar de trommels horen en bespreek welk materiaal en welke grootte voor welk geluid zorgden.