Direct naar de inhoud
Terug naar de opdracht
Bron: Maakkunde (NEMO Science Museum)

Maak een ovenwant

Onderzoek welk materiaal warmte het beste tegenhoudt en maak daarmee je eigen ovenwant.

Groep:
groep 1, groep 2, groep 3, groep 4
Tijdsduur:
170 minuten
Niveau:
gemiddeld
Groepsvorm:
individueel
Naam: ____________________________Datum: ______________
Illustratie van het probleem: hete koekjes uit de oven en kinderen die een ovenwant nodig hebben

Wat heb je nodig?

  • Viscose schoonmaakdoekjes (voor de basiswant)
  • Lappen dunne katoenen stof
  • Lappen dikke katoenen stof
  • Dun fiberfill
  • Dik fiberfill
  • Garen (katoen, wol of synthetisch)
  • Paperclips
  • Lijm
  • Fles met koud en warm water, metalen kruik met heet water
  • Holpijp (Ø 5 mm)
  • Hamer
  • Wolnaald
  • Schaar
  • Badthermometer / digitale vleesthermometer

Wat leer je?

  • Leerlingen gebruiken de ontwerpcyclus om een ovenwant te ontwerpen en te maken.
  • Leerlingen doorlopen de onderzoekscyclus bij het onderzoeken van isolatie.
  • Leerlingen ervaren het verschil tussen koud, warm en heet.
  • Leerlingen leren dat je met een thermometer de temperatuur kunt meten.
  • Leerlingen ervaren dat een lap stof warmte kan tegenhouden.
  • Leerlingen kunnen het verband tussen de eigenschappen en de functie van een ovenwant verwoorden.
  • Leerlingen ervaren dat een dikkere lap stof de warmte beter tegenhoudt dan een dunne.

⚠️ Let op — Veiligheid

Werk onder toezicht van de leerkracht. Wees voorzichtig met warme materialen (lijmpistool/soldeerbout).

Stappenplan

Op school worden koekjes gebakken, maar er zijn niet genoeg ovenwanten om ze allemaal veilig uit de hete oven te halen. Kunnen de leerlingen zelf een ovenwant maken die warmte goed tegenhoudt?

  1. 1

    Voel eerst het verschil tussen koud, warm en heet water (en een kruik met heet water) en leer hoe je met een thermometer de temperatuur aflezen kan.

  2. 2

    Onderzoek daarna welk materiaal het beste geschikt is om warmte tegen te houden. Houd om de beurt een dunne en een dikke lap katoenen stof, en een dun en een dik stuk fiberfill tegen een beker warm water en voel het verschil. Meet dit eventueel na met een vleesthermometer. Conclusie: hoe dikker het materiaal, hoe beter het de warmte tegenhoudt.

  3. 3

    Maak een basiswant van een dichtgevouwen schoonmaakdoekje: knip het doekje doormidden, vouw de bovenrand ongeveer 4 cm om en zet er met paperclips en een viltstift gelijkmatig verdeelde punten op (2 cm van de rand, telkens 3 cm ertussen). Sla vervolgens met een hamer en een holle metalen pijp op elk punt een gaatje.

  4. 4

    Rijg met een wolnaald en een lange draad garen steeds van onder naar boven en weer terug door de gaatjes, knoop de draadeinden vast, verwijder de paperclips en keer de want binnenstebuiten. De basiswant is nu klaar.

  5. 5

    Ontwerp je eigen ovenwant: bedenk op basis van je onderzoek welke lapjes stof of stukken fiberfill je waar wilt vastmaken, vooral aan de kant waarmee je de hete koekjes vastpakt. Knip de gekozen materialen op maat.

  6. 6

    Bevestig de materialen met lijm of met naald en draad aan de basiswant.

  7. 7

    Test je ovenwant met een kruik heet water: voel je na ongeveer 5 tellen nog nauwelijks warmte, en kun je je vingers nog goed bewegen om iets vast te pakken? Verbeter je ontwerp als dat nodig is.

  8. 8

    Presenteer je ovenwant in tweetallen aan elkaar, alsof je hem probeert te verkopen, en leg uit welke keuzes je hebt gemaakt en waarom.

Bijlagen (1)

  • Benodigdhedenlijst (PDF)https://firebasestorage.googleapis.com/v0/b/onderwijs-app.firebasestorage.app/o/maak%2Fopdrachten%2Fmaakkunde-isolatie-ovenwant%2Fattachments%2Fbenodigdhedenlijst-pdf-1.pdf?alt=media — oorspronkelijke bron: maakkunde.nl