Bron: Maakkunde (NEMO Science Museum)
Maak een vleugel
Bouw een vleugelmodel en ontdek met een föhn hoe luchtstroming een vleugel laat zweven.
- Groep:
- groep 5, groep 6, groep 7, groep 8
- Tijdsduur:
- 30 minuten
- Niveau:
- gemiddeld
- Groepsvorm:
- tweetallen
Naam: ____________________________Datum: ______________

Wat heb je nodig?
- Stevig A4-papier
- 2 nylondraden van 40 cm
- Rietje
- Plakband
- Schaar
- Föhn
Wat leer je?
- Ontdekken dat luchtstroming over een gebogen vleugelvorm een opwaartse kracht (lift) veroorzaakt
- Ervaren dat de vorm van een vleugel invloed heeft op hoeveel lift er ontstaat
- Een eenvoudig aerodynamisch model bouwen en testen
⚠️ Let op — Veiligheid
Werk onder toezicht van de leerkracht. Wees voorzichtig met warme materialen (lijmpistool/soldeerbout).
Stappenplan
Probleem: voor een spreekbeurt wil je kunnen uitleggen en laten zien hoe vliegtuigen werken. Maak een vleugel die echt kan zweven.
- 1
Verkennen. Blaas over een strook papier die je onder je onderlip houdt en bekijk wat er gebeurt.
- 2
Maken. Knip een vel stevig A4-papier in de lengte doormidden. Vouw het papier dubbel, met één kant ongeveer 1 centimeter langer, zodat er een bolle en een platte kant ontstaan. Plak de randen aan elkaar met plakband, zodat je een vleugel hebt met een bolle en een platte zijde.
- 3
Maak gaatjes aan de vouwkant op ongeveer 2,5 centimeter van de hoeken. Knip een rietje doormidden en prik de twee stukjes door de gaatjes. Rijg twee nylondraden van 40 centimeter door de rietjes.
- 4
Testen en verbeteren. Laat twee klasgenoten elk een draad vasthouden, aan de boven- en onderkant van de vleugel. Blaas met een föhn dicht op de vouw van de vleugel, met evenveel lucht boven als onder de vleugel. Gaat de vleugel omhoog? Pas de vorm van de vleugel aan (boller of platter) om te ontdekken wat het beste werkt.