Waterraket: Luchtdruk, Hydraulische Stuwkracht & Aerodynamica
Bouw een aerodynamische waterraket van een PET-fles die met water en luchtdruk de lucht in schiet.
- Groep:
- groep 6, groep 7-8
- Tijdsduur:
- 75 minuten
- Niveau:
- moeilijk
- Groepsvorm:
- groepjes

Wat heb je nodig?
- 1,5L of 2L PET-frisdrankfles (koolzuurhoudend)
- Kanaalplaat, stevig plastic of gelamineerd karton voor vinnen
- Ducttape en schilderstape
- Kneedgum of klei (neusgewicht)
- Kurk met fietsventiel of professionele waterraket-lanceerder
- Fietspomp met drukmeter
- Water
- Schaar
- Veiligheidsbrillen
Wat leer je?
- De omzetting van potentiële drukenergie in kinetische energie via vloeistofstuwkracht begrijpen
- De rol van vinnen, aerodynamische vormgeving en zwaartepunt in vluchtstabiliteit ervaren
- Onderzoeken wat de optimale water-lucht verhouding is voor maximale vlieghoogte
- Veiligheidsrichtlijnen strikt opvolgen bij het werken met druk en lanceringen
⚠️ Let op — Veiligheid
Houd minimaal 5 meter afstand bij het oppompen. Niemand mag zich boven de raket buigen.
Stappenplan
Waterraketten demonstreren de derde wet van Newton op het schoolplein: door samengeperste lucht in een deels met water gevulde fles op te bouwen, wordt het water met kracht naar beneden geperst, waardoor de raket omhoog versnelt.
- 1
Stap 1
DE ROMP: Gebruik een stevige, onbeschadigde PET-fles (frisdrankflessen kunnen relatief veel druk verdragen).
- 2
Stap 2
VINNEN VOOR STABILITEIT: Snijd 3 of 4 gelijke vinnen uit stevig karton of kunststof en plak ze symmetrisch rond de onderkant van de fles.
- 3
Stap 3
DE NEUSKEGEL: Rol een vel stevig papier tot een spitse neuskegel en bevestig die aan de bodem (straks de bovenkant) van de raket. Een iets zwaardere neus voorkomt tuimelen.
- 4
Stap 4
DE LANCEERSTOP: Gebruik een lanceerinrichting met een ventiel dat strak in de flessenhals past en vul de fles voor ongeveer een derde met water.
- 5
Stap 5
DE LANCERING: Zet de raket op een veilige lanceerplek buiten, pomp lucht in de fles en observeer hoe hoog en hoe lang je raket vliegt.
Voorbeelden



